Beëindiging slapend dienstverband vanwege het bereiken van uw pensioengerechtigde leeftijd.

Een dienstverband kan worden beëindigd vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Dat kan na ommekomst van 104 weken. Als de werkgever van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, ontstaat een zogenaamd “slapend dienstverband”. De arbeidsovereenkomst blijft in stand maar de werknemer voert geen werkzaamheden meer uit en er wordt evenmin betaald.

Welke rechten heeft een werknemer als hij zijn werkgever heeft verzocht het dienstverband te beëindigen en de werkgever aan dat verzoek niet heeft voldaan, terwijl de werknemer vervolgens de pensioengerechtigde leeftijd bereikt? Is zijn recht op een transitievergoeding daarmee komen te vervallen?

Als het dienstverband slapend is geworden en de werknemer wenst beëindiging van zijn dienstverband, dan moet de werkgever daar volgens de Hoge Raad in principe aan meewerken en de werknemer een transitievergoeding betalen, de zogenoemde Xella-beslissing (ECLI:NL:HR:2019:1734). Voornoemd Xella-arrest roept de vraag op: “Wat als de werknemer ondertussen met pensioen is gegaan?”

Een praktijksituatie die zich inmiddels al een aantal keer heeft voorgedaan, betreft de volgende. Na ommekomst van de wachttijd van 104 weken, liet de werkgever het slapend dienstverband met de werknemer voortbestaan. De werknemer verzocht om beëindiging van het dienstverband echter de werkgever stemde hier niet mee in. Vervolgens ging de werknemer met pensioen. Op dat moment eindigde de arbeidsovereenkomst en had de werknemer geen recht op een transitievergoeding, omdat dat recht bij pensionering niet is verschuldigd.

De werknemer verzocht de rechtbank vervolgens om toekenning van een transitievergoeding op basis van het Xella-arrest. De werkgever verweerde zich en stelde dat hij in deze situatie geen recht op compensatie heeft en het dus onredelijk is als hij wel een transitievergoeding moet betalen. Een transitievergoeding wordt in principe alleen gecompenseerd door het UWV als de arbeidsovereenkomst eindigt vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid en niet vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Rechters hebben op deze rechtsvraag tot nog toe unaniem in het voordeel van de werknemer beslist. Reden daarvoor is dat de werkgever in beginsel wel recht op compensatie had als hij destijds had ingestemd met het verzoek van de werknemer om het dienstverband te beëindigen.

Schipper en Lof Advocaten
Astrid Lof