COVID-19 een erkende beroepsziekte

Sinds april 2020 is COVID-19 erkend als beroepsziekte door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB). Het NCvB is aangewezen als de instelling waar arbodiensten en bedrijfsartsen melding doen van een bij een werknemer aangetoonde beroepsziekte.

Er zijn verschillende definities voor beroepsziekten. Vanuit het oogpunt van preventie is de definitie van het RIVM bruikbaar: “gezondheidsschade die er niet zou zijn geweest als de werkzaamheden niet zouden zijn uitgevoerd”.

Wanneer een ziekte tijdens het werk is ontstaan, kan er dus sprake zijn van een beroepsziekte. De werknemer kan de werkgever dan aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade. Een werkgever is in beginsel aansprakelijk voor schade die op het werk is ontstaan gezien zijn zorgplicht.

De bewijslast staat hierbij centraal. Bij COVID-19 als beroepsziekte moet u kunnen aantonen dat u op het werk besmet bent geraakt en dat is bij een coronabesmetting lastig, omdat u het ook in de privésituatie kunt hebben opgelopen. De werknemer dient te stellen dat hij schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de opgelopen schade en de werkzaamheden. Daarnaast moet u als werknemer aannemelijk maken dat de blootstelling uw gezondheidsklachten kan hebben veroorzaakt. Omstandigheden buiten het werk, zoals persoonlijke factoren, spelen daarin dan ook een rol.

Echter wanneer bekend is dat er een uitbraak is in een instelling, het verzorgingstehuis of ziekenhuis waar iemand werkt en in de privésfeer was iedereen gezond, dan is het wel zeer aannemelijk dat de besmetting werk-gerelateerd is. Het oorzakelijk verband tussen de gezondheidsklacht en de blootstelling kan worden aangenomen. Tenzij de werkgever bewijst dat hij alle relevante maatregelen heeft genomen om de schade te voorkomen.

COVID-19 zou moeten worden erkend als beroepsziekte waarvoor geen bewijslast nodig is. Momenteel is het nog zo dat ieder geval afzonderlijk moet worden beoordeeld. Dat betekent dat bij iedere zorgmedewerker die corona heeft, moet worden gekeken waar de besmetting is opgelopen.

Vanwege de complexiteit om via een juridische procedure te komen tot een succesvolle aansprakelijkstelling van de werkgever voor een beroepsziekte, zijn er de afgelopen jaren initiatieven voor andere oplossingen.

Met name een groot deel van het zorgpersoneel lijdt momenteel financiële schade na besmetting met COVID-19. De FNV vindt dat de overheid nalatig is geweest in het beschermen van zorg en welzijnsmedewerkers. De vakcentrale wil dat er nu een overheidsfonds komt dat medewerkers met financiële schade tegemoet komt. Denkt u aan revalidatie, therapie of inkomsten die wegvallen.

Het zou hierbij nadrukkelijk gaan om een tegemoetkoming en niet om een schadevergoeding. Wanneer het zorgpersoneel van mening is dat de tegemoetkoming niet toereikend is, dan moet de weg openblijven om alsnog de werkgever aansprakelijk te kunnen stellen. De verwachting is dat een tegemoetkoming door een grote groep al ervaren zal worden als een vorm van erkenning, waarmee dure, ingewikkelde en langdurige rechtszaken voorkomen kunnen worden.