De stalkende erfgenaam

Gelukkig zijn veel mensen in staat om een nalatenschap in goed overleg af te wikkelen. In zogenoemde “ruzieboedels” kan het dienstig zijn een derde in te schakelen om te bezien of er onder diens leiding alsnog overeenstemming kan worden bereikt. Hoewel een overeenkomst doorgaans een eind maakt aan een geschil, was dat anders in een zaak die speelde voor de Rechtbank Rotterdam. Ondanks de gemaakte afspraken was (alsnog) een procedure nodig. Wat was daar aan de hand?

Feiten

Twee broers waren tot erfgenaam in de nalatenschappen van hun ouders geroepen. Over de wijze van verdeling bestond onenigheid, als gevolg waarvan de één het nodig vond om aan (contacten van) de ander brieven te gaan schrijven met een niet al te vleiende inhoud. Uiteindelijk werd tussen partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin tevens was opgenomen dat de broers definitief uit elkaars leven zouden verdwijnen. Er zou geen contact meer worden gelegd. Na een aantal maanden ging dat mis en liet broer  B zich opnieuw in niet mis te verstande bewoordingen jegens broer A uit. Broer A was er klaar mee en maakte een procedure aanhangig waarin nakoming (van de toch bijzondere afspraak) werd gevorderd. Die vordering werd (gedeeltelijk) toegewezen. Het werd broer B tijdelijk verboden contact op te nemen, een en ander op straffe van een dwangsom.

Vaststellingsovereenkomst

Een vaststellingsovereenkomst is een document waarin afspraken worden vastgelegd. Doorgaans betekent dit een eind aan de twist en kunnen partijen verder. Worden afspraken niet nagekomen, of kan er worden gediscussieerd over de uitleg, dan kan de rechter alsnog worden benaderd en nakoming worden gevorderd. In beginsel zal het originele geschil bij zo een procedure niet (meer) aan bod komen.

Het is dan ook van groot belang dat de afspraken die worden gemaakt goed worden vastgelegd, zodat eventuele problemen in de toekomst zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.