Duidelijkheid geschapen in de slapers-kwestie door de Hoge Raad!

De slapende dienstverbanden zijn nog steeds aan de orde van de dag. Lange tijd is er geen duidelijkheid geweest over hoe nu te oordelen als rechter. Daarom heeft de rechtbank Limburg in een vonnis van 10 april 2019 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Dit is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, over de uitleg van een rechtsregel. Als er nog geen uitspraak is gedaan door de Hoge Raad over een rechtsregel en er onduidelijkheid over bestaat, dan kunnen er prejudiciële vragen gesteld worden. Het moet dan wel gaan om  vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij de rechtbank of het hof in behandeling is.

Prejudiciële vraag

De prejudiciële vraag die nu gesteld is gaat over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, een werkgever als goed werkgever akkoord moet gaan met het voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het slapende dienstverband, onder betaling van de wettelijke transitievergoeding.

Advies A-G

Advocaat-generaal De Bock heeft aan advies uitgebracht aan de Hoge Raad over deze prejudiciële vraag. Hij vindt dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek een slapend dienstverband te beëindigen onder betaling van de wettelijke transitievergoeding. Het is volgens hem duidelijk dat de wetgever af wil van slapende dienstverbanden en werkgevers worden niet meer op hoge kosten gejaagd sinds de Wet compensatie transitievergoeding. Als een werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om het dienstverband in stand te houden, bijvoorbeeld bij een reëel zicht op re-integratie, dan ligt dat anders volgens de advocaat-generaal.

Uitspraak Hoge Raad

Verschillende kantonrechters hebben uitspraak gedaan in zaken over slapende dienstverbanden. Deze uitspraken waren echter niet allemaal eensluidend. Er werd dan ook met smart gewacht op de uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak volgde vandaag.

De Hoge Raad heeft duidelijk geschapen in het vraagstuk over de slapende dienstverbanden. De Hoge Raad heeft bepaald dat een werkgever dient mee te werken aan een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding als is voldaan aan de vereisten voor beëindiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De transitievergoeding wordt  berekend op de dag waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen.

Een uitzondering op dit uitgangspunt is als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Zo’n belang kan gelegen zijn in een reële kans op re-integratie. Dit kan niet gelegen zijn in de omstandigheid dat de werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Heb je een slapend dienstverband en werkt je werkgever niet mee aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst, neem dan contact met ons op!