De ene rechter is de andere niet

Kortgeleden deed de rechtbank Rotterdam een interessante uitspraak. De zaak ging over een legitieme portie, het wettelijk minimum dat een kind van een overledene toekomt. Dat minimum is een bepaald breukdeel van de erfenis, vermeerderd met giften die de overledene heeft gedaan.

De onterfde persoon heeft er dus belang bij om te weten waaruit de nalatenschap bestaat en welke giften er bij leven zijn gedaan. Maar aan wie moet hij die vraag stellen? En wat als hij de informatie niet krijgt, bij welke rechter kan hij dan terecht? Dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig te zijn.

Type rechter

De onterfde persoon kan normaal gesproken terecht bij de erfgenamen voor informatie, maar als er een executeur in functie is, dan is dat de aangewezen persoon. Bij de discussie in Rotterdam kwamen het onterfde kind en de executeur er samen niet uit. Het onterfde kind vroeg aan de rechtbank sector civiel de executeur te veroordelen informatie te verschaffen. Volgens de executeur mocht de rechtbank sector civiel daar helemaal niet over oordelen. Dit omdat in het betreffende wetsartikel als bevoegde rechter de rechtbank sector kanton wordt aangewezen. Daarin werd de executeur echter niet gevolgd. Het woord kantonrechter komt in de betreffende wetsbepaling wel voor, maar ziet op een andere situatie.

Wel of geen advocaat

Het is dus van belang om na te gaan aan welk type rechter een zaak moet worden voorgelegd. Dat kan meebrengen dat juist wel of niet een advocaat nodig is.

Had de executeur dit niet kunnen of moeten weten? Het antwoord daarop luidt ja en nee. Ja, in die zin dat de overwegingen van de rechtbank in Rotterdam juist zijn. Nee, in die zin dat eerder een kantonrechter zich ten onrechte wel bevoegd verklaarde over dit soort verzoeken te oordelen.

Ook rechterswerk is mensenwerk en de ene rechter is de andere niet.