Is het niet (tijdig) overleggen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) essentieel voor totstandkoming van de arbeidsovereenkomst?

Voor sommige beroepen, onder andere in het onderwijs, is het verkrijgen van een VOG wettelijk verplicht, om invulling te kunnen en mogen geven aan de arbeidsovereenkomst. De VOG is – kort gezegd – bedoeld als middel om de integriteit van natuurlijke personen te beoordelen.

In een recente uitspraak (ECLI:NL:RBLIM:2020:7470)  stelde de werkgever zich op het standpunt dat géén arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen, omdat het tijdig (dat wil zeggen vóór aanvang van het schooljaar) beschikken en overleggen van een VOG een voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst essentieel element is. Bij werkgever ontstond een vacature voor een leraar. Middels een e-mail -bericht is sollicitant een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden. Na aanvaarding van de functie heeft werkgever werknemer gevraagd formulieren in te vullen met het oog op het aanvragen van een VOG. Daarbij is aangegeven dat de VOG nodig is om de indiensttreding tijdig te kunnen afronden. De VOG bleef uit. Bij aanvang van het schooljaar is de werknemer zijn werkzaamheden als leraar begonnen. Enkele weken later stelde de school zich op het standpunt dat zij vanwege het uitblijven van de VOG niet langer bereid was om een dienstverband aan te bieden.

Werknemer, die inmiddels wegens maagklachten was uitgevallen, heeft in rechte loondoorbetaling gevorderd. De vraag die de rechter diende te beantwoorden was of het tijdig beschikken en overleggen van een VOG een essentieel element is voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst.

Dat na aanvang van het schooljaar opnieuw een VOG werd aangevraagd, pleitte tegen het standpunt van werkgever dat het essentieel was voor het ontstaan van een dienstverband dat de VOG vóór aanvang van het schooljaar moest zijn verstrekt; het schooljaar was toen immers al begonnen.

In de voorliggende zaak is onvoldoende komen vast te staan dat werkgever het  vóór aanvang van het schooljaar overleggen van een VOG als essentieel element voor het ontstaan van de arbeidsovereenkomst heeft willen stellen.

De werkgever had er ook voor kunnen kiezen om het verkrijgen van een VOG als ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst op te nemen. De Hoge Raad heeft bepaald dat het opnemen van een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst onder drie voorwaarden mogelijk is:
1. De ontbindende voorwaarde mag geen strijdigheid met het ontslagstelsel opleveren. Zo mag ziekte niet als ontbindende voorwaarde worden opgenomen;
2. De vervulling van de voorwaarde dient objectief te worden bepaald; en
3. Na vervulling van de voorwaarde kan geen invulling meer worden gegeven aan de arbeidsovereenkomst.

In geval van een onderwijzer, voor wie het verkrijgen van de VOG wettelijk verplicht is, wordt aan die laatste voorwaarden voldaan. Het opnemen van een ontbindende voorwaarde had de school (en de leraar) een hoop gedoe bespaard.