Onwaardig na brandstichting of niet?

Indien iemand bij testament tot erfgenaam is benoemd, wil dat nog niet direct zeggen dat diegene ook (een deel van) de erfenis zal verkrijgen. Het kan namelijk zo zijn dat de erfgenaam onwaardig is om te erven. Onwaardig is een term die voornamelijk in het erfrecht wordt gebruikt. Er wordt mee bedoeld dat iemand het niet verdient om te erven.

Onwaardigheid

De wet noemt een aantal situaties waarin iemand onwaardig is om te erven. Eén daarvan is de situatie dat een erfgenaam onherroepelijk is veroordeeld voor een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Hetzelfde geldt voor de poging tot, de voorbereiding van of de deelneming aan zo’n misdrijf. De onwaardigheid kan slechts worden hersteld indien de erflater op ondubbelzinnige wijze de gedraging van de erfgenaam heeft vergeven.

Casus

De rechtbank Den Haag zag zich in 2016 voor de vraag gesteld of de erfgenaam onwaardig was. In de casus had de heer Pietersen[1] zijn neef Jan in 2004 tot zijn enig erfgenaam benoemd. Tot de nalatenschap behoorde een woning, waarin de heer Pietersen samen met Jan woonde. In 2011 verhuisde de heer Pietersen naar een verzorgingstehuis en korte tijd later werd hij onder curatele gesteld vanwege een geestelijke stoornis met benoeming van mevrouw Joosten tot curator. In 2012 is neef Jan op verzoek van mevrouw Joosten door de rechtbank veroordeeld om de woning te verlaten. Uit boosheid vanwege het feit dat hij de woning diende te verlaten, heeft neef Jan brand gesticht in de woning. In 2015 is de heer Pietersen overleden en is  een vereffenaar met de nalatenschap belast. Jan beriep zich op het testament, maar de vereffenaar stelde zich op het standpunt dat Jan onwaardig is.

[1] De namen zijn gefingeerd.

Uitspraak

Volgens Jan had hij het misdrijf niet opzettelijk tegen de heer Pietersen gepleegd, nu zijn boosheid slechts was gericht tegen mevrouw Joosten. De rechtbank heeft anders geoordeeld: omdat in de parlementaire geschiedenis opzettelijke brandstichting uitdrukkelijk is genoemd als een tegen de erflater gericht misdrijf. Mede omdat het eigendom van de heer Pietersen als gevolg van de brandstichting is aangetast, was sprake van een misdrijf gericht tegen erflater, aldus de rechtbank.