Studiekosten versus scholingsplicht

Recent is een uitspraak gepubliceerd van de rechtbank Limburg over het terugvorderen van gemaakte studiekosten door de werkgever. In de kwestie is het studiekostenbeding in het geding.

In de casus besluit een werknemer, na drie jaar dienstverband, om ontslag te nemen en treedt hij in dienst bij een andere werkgever. De werkgever stelt zich op het punt dat de werknemer nog een gedeelte van de studiekosten moet terugbetalen en beroept zich hierbij op het studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst. Dit beroep slaagt niet omdat de kantonrechter van oordeel is dat de werkgever de financiële consequenties van het studiekostenbeding op voorhand aan de werknemer duidelijk had moeten maken. In dit geval betroffen het, in verhouding tot het loon, hoge studiekosten. Met name als het gaat om een hoog bedrag dient de werknemer hiervan op de hoogte te worden gesteld (vindplaats: ECLI:NL:RBLIM:2021:413).

In de wet is er een scholingsplicht opgenomen voor werkgevers en daardoor is de werkgever verplicht om werknemers opleidingen en cursussen te laten volgen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn of haar functie.

Om als werkgever niet met scholingskosten van werknemers te blijven zitten bij ontslag, is het raadzaam om een studiekostenbeding overeen te komen. Uit de rechtspraak volgt dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of een studiekostenbeding in een procedure standhoudt.

Een studiekostenbeding houdt in dat een werknemer zich verplicht (een redelijk deel van) de door de werkgever gemaakte studiekosten aan de werkgever terug te betalen, in het geval de werknemer tijdens of kort na afronding van de opleiding het bedrijf verlaat.

Het studiekostenbeding kent geen wettelijke regeling. Dit betekent niet dat de werkgever alle vrijheid heeft bij het opstellen van een studiekostenbeding. De bevoegdheden van de werkgever worden begrensd door wettelijke bepalingen, bestaande uit de eisen van goed werkgeverschap en de redelijkheid en billijkheid. Daarnaast is in de rechtspraak een aantal voorwaarden ontwikkeld voor het rechtsgeldig overeenkomen van een studiekostenbeding. Zo is terugbetaling van studiekosten slechts aan de orde als het initiatief tot ontslag bij de werknemer ligt.

Op 1 augustus 2022 moet de Nederlandse overheid de Europese richtlijn ‘transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden’ hebben geïmplementeerd. Wat schrijft de richtlijn voor en wat gaat er veranderen? De richtlijn is in het leven geroepen om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren en minimumrechten in het kader van scholing aan elke werknemer in de Unie te geven.

De verwachting is, dat op grond van deze richtlijn, een wijziging in de Nederlandse wetgeving nodig is als het gaat om het studiekostenbeding.

Als voornoemde richtlijn straks van toepassing is, mogen hoogstwaarschijnlijk vanaf 1 augustus 2022 geen nieuwe studiekostenbedingen meer worden afgesproken voor verplichte opleidingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opleiding tot advocaat van een advocaat-stagiaire.

Een richtlijn heeft in principe geen direct bindende werking. Dit betekent dat de Nederlandse overheid nog enige ruimte heeft om te bepalen hoe zij deze richtlijn gaat implementeren.  Op dit moment is nog niet bekend hoe de implementatiewetgeving er precies uit gaat zien.

Voor nu, zorgt u er als werkgever voor dat u, zodra dat kan, concreet bent over het bedrag van de terugbetaling van de studiekosten, anders kan de rechter het studiekostenbeding terzijde schuiven.