Testamentair bewind

Bij testament kan een erflater bepalen dat bepaalde goederen onder bewind worden gesteld.  Tenzij anders bepaald treedt het bewind in werking op het moment van overlijden. Een testamentair bewind is niet hetzelfde als het “meerderjarigenbewind” dat is geregeld in boek 1 van het burgerlijk wetboek  en waarbij een persoon als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder bewind wordt gesteld. Bij een testamentair bewind ziet het bewind uitsluitend op een bepaalde verkrijging/bepaalde goederen na het overlijden van erflater.

Het bewind over een erfdeel of legaat wordt in beginsel vermoed te zijn ingesteld in het belang van de rechthebbende. Dat hoeft overigens niet zo te zijn. Een bewind kan ook worden ingesteld in het belang van een ander (bijvoorbeeld in een situatie waarbij sprake is van vruchtgebruik) of van anderen (bijvoorbeeld een gemeenschappelijk belang). Vermogen dat onder bewind is gesteld vormt een afgescheiden vermogen. Dat maakt dat schuldeisers van de rechthebbende(n) in beginsel geen verhaal kunnen nemen op dat afgescheiden vermogen.

Het is belangrijk om te achterhalen wat de achterliggende gedachte van het bewind is geweest c.q. in wiens belang het bewind is ingesteld, omdat – afhankelijk van het type bewind – sprake is van bepaalde (bewijs)vermoedens en verschillende regels aangaande het beheer.

Doorgaans wordt de bewindvoerder bij testament aangewezen en kunnen zijn bevoegdheden worden beperkt of uitgebreid. Het gevolg van  het bewind is dat de rechthebbende in beginsel niet zelfstandig – zonder toestemming van de bewindvoerder – over de onder bewind gestelde goederen kan beschikken.  Wel kan hij in beginsel handelingen verrichten die geen uitstel dulden of dienen tot gewoon onderhoud van de goederen die in gebruik zijn.

Het bewind heeft vaak een conserverende werking. Tenzij in het testament is opgenomen dat op het onder bewind gestelde vermogen mag worden “ingeteerd” ontvangt de rechthebbende doorgaans jaarlijks alleen “de vruchten” van het vermogen.

Het bewind eindigt op de in de wet en in het testament genoemde gevallen. Bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend)  als het voor een bepaalde tijd is opgelegd en die tijd is verstreken of als de rechthebbende is overleden. Het bewind kan op verzoek van de bewindvoerder door de rechtbank worden opgeheven op grond van onvoorziene omstandigheden of als hij meent dat de rechthebbende de onder bewind gestelde goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Die laatste grond kan ook door de rechthebbende worden ingeroepen, maar niet eerder dan nadat vijf jaren zijn verstreken. Is het bewind ingesteld in het belang van een ander of ten behoeve van een gezamenlijk belang, dan gelden andere criteria.

 

Vragen die in de praktijk vaak worden gesteld zijn:

  • ik wil een deel van het onder bewind gesteld vermogen gebruiken, maar de bewindvoerder houdt dat tegen. Kan ik daar iets aan doen?
  • de bewindvoerder voldoet niet aan de testamentaire verplichtingen, kan ik hem laten ontslaan en/of kan ik een andere bewindvoerder laten benoemen?
  • de bewindvoerder heeft mijn goederen mogelijk op onjuiste wijze beheerd, kan ik hem aansprakelijk stellen voor de eventuele schade?
  • kan ik het bewind laten opheffen?

 

Van de zijde van bewindvoerders:

  • wat mag/moet ik doen op grond van het testament?
  • de rechthebbende kan het onder bewind gesteld vermogen prima zelf besturen, kan ik namens hem om opheffing verzoeken?
  • welk salaris mag in rekening worden gebracht en welke kosten worden vergoed?
  • moet ik jaarlijks rekening en verantwoording afleggen over het onder bewind gestelde vermogen?
  • men dreigt mij te ontslaan c.q. aansprakelijk te stellen, wat zijn de mogelijkheden?

 

Mocht u vragen hebben over het testamentair bewind, neemt u dan gerust per e-mail of telefonisch contact met ons op.