Wetsvoortsel Compensatie transitievergoeding bij ontslag langdurig zieke

Op 20 maart 2017 is het wetsvoorstel Maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid bij de Tweede Kamer ingediend.

 

Doel

Het doel van het wetsvoorstel is zorgen dat werkgevers niet zowel de hoge kosten in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid van werknemers als de kosten in verband met een transitievergoeding dienen te voldoen. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel erin dat de zorgen van werkgevers worden weggenomen over het betalen van een transitievergoeding bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen, dat veelal wordt ingegeven door noodzakelijke kostenbesparingen.

 

Inhoud
Langdurige arbeidsongeschiktheid

Het verschuldigd zijn van een transitievergoeding na een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt vaak als onrechtvaardig ervaren. In het wetsvoorstel wordt daarom een vergoedingsregeling voorgesteld voor werkgevers van langdurig arbeidsongeschikte werknemers. De regeling houdt in dat werkgevers worden gecompenseerd voor de betaalde transitievergoeding en de eventueel daarop in mindering gebrachte transitie- en inzetbaarheidskosten.

 

UWV is vervolgens degene die de compensatie zal verstrekken. Dit doet zij vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf). De premie voor het Awf zal dus verhoogd worden. De premie zal in 2019 worden verhoogd met ongeveer 0,5% en vervolgens zal een structurele verhoging van 0,1% volgen.

 

De hoogte van de compensatie is nooit meer dan de transitievergoeding waarop een werknemer recht zou hebben op het moment dat de loondoorbetalingsplicht eindigt. Daarnaast bedraagt de compensatie ook niet meer dan het bedrag van het tijdens ziekte van de werknemer betaalde bruto loon. Ten slotte telt de periode van een eventuele loonsanctie niet mee voor de berekening van de hoogte van de compensatie.

 

Bedrijfseconomische redenen

Onder omstandigheden kan de verplichting voor een werkgever tot het betalen van een transitievergoeding bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen een te zware last zijn. Dit is vooral het geval bij bedrijfsbeëindiging, waarbij de gelden niet gebruikt kunnen worden voor de oorspronkelijk beoogde bestemming, zoals pensioenvoorziening.  Daarom wordt ook voorgesteld dat bij ontslag om een bedrijfseconomische reden geen transitievergoeding verschuldigd is. Voorwaarde hiervoor is dan wel dat in een cao of regeling voorzieningen zijn getroffen om werkloosheid te beperken of voorzien wordt in een redelijke vergoeding. Als het gaat om voorzieningen om werkloosheid te beperken, dan moet deze voorziening wel daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de duur van werkloosheid. Hierbij kan gedacht worden aan scholingsfaciliteiten, outplacement of een bovenwettelijke WW-uitkering.

 

Hoewel het uiteindelijk aan cao-partijen zelf is om de inhoud van hun afspraken te bepalen, wordt opgemerkt dat het aangewezen lijkt dat werknemers die na het aanvaarden van een andere baan binnen afzienbare tijd wederom werkloos worden terug kunnen vallen op door cap-partijen afgesproken voorzieningen.

 

Uitvoering

Bij ministeriële regeling zullen regels worden opgesteld met betrekking tot de aanvraag en verstrekking van de compensatie. De werkgever zal aannemelijk moeten maken dat recht bestaat op compensatie en wat de hoogte hiervan is.

 

Ingangsdatum

De beoogde datum waarop het wetsvoorstel in moet gaan is 1 juli 2019. Het voorstel ligt op dit moment bij de Tweede Kamer. Critici vragen zich af of het wetsvoorstel door de Tweede Kamer heen komt. De Raad van State heeft het advies uitgebracht de voorgestelde regeling te heroverwegen, maar het kabinet heeft dit advies naast zich neergelegd.