De positie van het stiefkind in het erfrecht

Tegenwoordig zijn er steeds meer samengestelde gezinnen. Daarmee wordt bedoeld een gezin waarin één of beide partners kinderen hebben uit een eerdere relatie en soms samen ook nog een kind(of kinderen) krijgen. Een situatie met stiefkinderen en stiefouders. Stiefkinderen hebben een bijzondere positie in het erfrecht. Maar wat is die positie nu?

 

Geen testament

Als de  persoon die overlijdt geen testament heeft opgemaakt geldt het wettelijk erfrecht, waarbij de wet vier groepen erfgenamen kent. In de eerste groep treft men de echtgenoot en de (eigen) kinderen. Komen er in die eerste groep geen erfgenamen op, dan erven eerst de ouders, dan de broers en zussen en vervolgens grootouders en overgrootouders. Op basis van het wettelijk erfrecht zal een stiefkind dus niets erven.

 

Wel een testament

Als de erflater wel een testament heeft opgemaakt, dan is de positie van het stiefkind afhankelijk van de inhoud van het testament. In het testament kan de erflater het stiefkind betrekken in de wettelijke verdeling. Het stiefkind heeft dan dezelfde positie als de “eigen” kinderen. Ook kan de erflater het stiefkind  als erfgenaam benoemen, zonder de wettelijke verdeling van toepassing te verklaren. Ook dan heeft het stiefkind dezelfde positie als de overige erfgenamen en kan worden opgenomen dat het stiefkind hetzelfde deel erft als de eigen kinderen. Tot slot kan de erflater nog bepalen dat het stiefkind een bepaald bedrag of goed toebedeeld krijgt. Dit heet een legaat.

 

Ik ben een stiefkind in een nalatenschap met een testament en wil graag advies.

 

Legitieme portie

Afstammelingen, zoals kinderen van de erflater, hebben recht op een legitieme portie, ook wel het kindsdeel genoemd. Een stiefkind kan hierop geen aanspraak maken. Wat nu als een stiefkind is benoemd tot erfgenaam en het biologische kind een beroep doet op de legitieme portie, maar de erfenis niet groot genoeg is om beide delen volledig uit te betalen? Kan het “eigen” kind dan inkorten bij het stiefkind? Dat hangt er vanaf.

 

In de wet is een artikel opgenomen dat bescherming biedt aan stiefkinderen (artikel 4:91 BW). Deze bepaling houdt in dat alleen op de makingen (erfstellingen en legaten) of giften aan het stiefkind kan worden ingekort, als de waarde van die making of gift  hoger is dan twee keer de legitieme portie. Voor de berekening daarvan worden de stiefkinderen (wel) als eigen kinderen gerekend. In het voorbeeld hierna zullen we proberen deze bepaling te verduidelijken.

 

Lees hier meer over de berekening van de legitieme portie.

 

Voorbeeld

Op 2 september 2015 heeft de rechtbank Midden-Nederland over vorenstaand artikel een uitspraak gedaan. Onderstaand voorbeeld is daarvan afgeleid.

 

Erflaatster liet één eigen kind, drie stiefkinderen en een stiefkleinkind achter. Alle (stief)kinderen en het stiefkleinkind zijn voor gelijke delen tot erfgenaam benoemd. Het saldo van de nalatenschap bedroeg € 70.000,–, waardoor iedere erfgenaam gerechtigd was tot € 14.000,–. Vervolgens deed het eigen kind een (aanvullend) beroep op haar legitieme portie.

 

De rechtbank berekende eerst de hoogte van de (gewone) legitieme portie. De legitieme portie van het eigen kind bedroeg € 35.000,–. Na aftrek van de verkregen nalatenschap zou zij nog € 21.000,– dienen te ontvangen. De vraag die nu gesteld werd is wie er verantwoordelijk is voor betaling van dat bedrag, aangezien de nalatenschap niet toereikend was om zowel de legitieme portie en de erfdelen van de (stief) (klein)kinderen te voldoen.

 

De hoofdregel is dat eerst wordt ingekort op de erfstellingen en legaten in het testament en vervolgens op eventuele giften. Dat zou in deze betekenen dat bij de stiefkinderen en het stiefkleinkind zou moeten worden ingekort. Door de bescherming van de stiefkinderen op grond van 4:91 BW is dat echter niet het geval.

 

Als de legitieme portie conform dat artikel wordt berekend, dan wordt ten behoeve van die berekening gedaan alsof de stiefkinderen eigen kinderen zijn. De legitieme bedraagt dan € 8.750,– (1/8e van de legitimaire massa). De stiefkinderen hebben allen een bedrag van € 14.000,– als erfdeel ontvangen, hetgeen minder is dan twee maal de fictieve legitieme portie van € 8.750,–. In zo een geval mag er (dus) niet bij de stiefkinderen worden ingekort.

 

Voor het stiefkleinkind geldt deze bepaling echter niet, dus bij het stiefkleinkind mocht wel worden ingekort. In de praktijk betekende dit dat het stiefkleinkind geen uitkering kreeg uit de nalatenschap.

 

De positie van het stiefkind is een bijzondere in het erfrecht. Bent u een stiefkind in een nalatenschap en wilt u weten wat uw rechten zijn, neem dan contact met ons op.