Vaststellingsovereenkomst

Schipper en Lof advocaten in Alkmaar
Schipper en Lof advocaten in Alkmaar

Vaststellingsovereenkomst

Als werkgever en werknemer overeenstemming bereiken over de beëindiging van het dienstverband en de voorwaarden daarvan, is sprake van ‘beëindiging met wederzijds goedvinden’. Deze manier van beëindigen van het dienstverband is expliciet in de wet geregeld. De afspraken die in verband daarmee worden gemaakt moeten schriftelijk worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, ook wel een beëindigingsovereenkomst genoemd.

De voordelen van een vaststellingsovereenkomst zijn:

  • het voorkomen van procedures;
  • de regels voor opzegging / ontbinding zijn niet van toepassing;
  • kostenbesparing;
  • duidelijkheid voor beide partijen.

 

Het is gebruikelijk en aan te bevelen om alle afspraken die verband houden met de afwikkeling van het dienstverband in de vaststellingsovereenkomst vast te leggen. Denk hierbij aan:

  • de einddatum;
  • de hoogte van een eventuele vergoeding;
  • vrijstelling van werk en doorbetaling van loon;
  • opgebouwde vakantiedagen en vakantiebijslag;
  • afspraken over geheimhouding, non-concurrentie;
  • het verrekenen van een studieschuld.

 

Werknemers hebben het recht om de beëindigingsovereenkomst binnen 14 dagen na ondertekening te ontbinden. Dit is de zogenaamde bedenktermijn.  De werkgever is verplicht om de werknemer in de beëindigingsovereenkomst te wijzen op deze bedenktermijn. Wijst de werkgever de werknemer niet (tijdig) op zijn wettelijke bedenktijd, dan is de termijn drie weken.

Het recht om gebruik te maken van de bedenktermijn is niet onbeperkt. Als zich binnen 6 maanden nadat een werknemer is teruggekomen op een eerder gesloten beëindigingsovereenkomst, opnieuw een dergelijke situatie voordoet, dan heeft de werknemer niet opnieuw een bedenktermijn.

Beëindiging met wederzijds goedvinden staat niet in de weg aan een aanspraak op een WW-uitkering. Voorwaarde is wel dat in de vaststellingsovereenkomst staat dat het initiatief tot beëindiging bij de werkgever ligt en dat de beëindiging niet is te wijten aan de werknemer. Dit neemt overigens niet weg dat het UWV beoordeelt of de werknemer recht heeft op een WW-uitkering. Daarom is het niet verstandig om als werkgever een garantie op een WW-uitkering te geven.