Verzoekschrift te laat ingediend, dan geen transitievergoeding

Indien uw werkgever nalaat de transitievergoeding te betalen is het belangrijk om op tijd actie te ondernemen. Er geldt namelijk een vervaltermijn van drie maanden. Dit betekent dat u binnen drie maanden na de einddatum van het dienstverband een procedure bij de rechter kan beginnen om aanspraak te maken op de betaling van de transitievergoeding. Na het verstrijken van deze drie maanden kunt u wettelijk geen aanspraak meer maken.

De vraag die daarbij speelt is welke dag de vervaltermijn aanvangt en eindigt. Ofwel hoe kan de berekening van de vervaltermijn bij ontslag “per” bepaalde datum worden uitgelegd.  Deze vraag is recent aan de Hoge Raad voorgelegd. Uitspraak, 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:188

Een werkneemster heeft aanspraak gemaakt op een transitievergoeding € 53.000 bruto nadat de arbeidsovereenkomst “per 1 maart 2018” is opgezegd.

Bij de opzegging ‘per 1 maart 2018’ was de arbeidsovereenkomst op 28 februari 2018 geëindigd. De vervaltermijn van drie maanden liep daarmee op 28 mei 2018 af. De werkneemster dacht echter dat de vervaltermijn op 1 juni 2018 zou aflopen en had op 30 mei 2018 een verzoekschrift ingediend. Dit was dus twee dagen te laat.

De kantonrechter heeft de werkneemster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter vernietigd en de werkgever veroordeeld tot betaling aan de werkneemster van een transitievergoeding .Haar werkgever gaat in cassatie.

 

De beslissing van de Hoge Raad luidt als volgt. Nu de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 28 februari 2018, was 28 mei 2018 de laatste dag waarop het verzoekschrift tot toekenning van een transitievergoeding kon worden ingediend. Aangezien het verzoekschrift is ingediend op 30 mei 2018, is de werkneemster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Voor de toepassing van art. 7:686a lid 4, aanhef en onder b, BW betekent het dat de vervaltermijn waarbinnen het verzoekschrift tot toekenning van een transitievergoeding moet worden ingediend, begint op de eerste dag na de laatste werkdag en afloopt aan het einde van de met die laatste werkdag overeenstemmende dag drie maanden later. De termijn eindigt daarmee in principe steeds aan het einde van de dag met hetzelfde nummer als dat van de laatste werkdag.  U heeft als werknemer aldus drie volle kalendermaanden ter beschikking voor het indienen van het verzoekschrift.