In april van dit jaar deed de Hoge Raad een belangrijke uitspraak over nalatenschappen die door één of meer van de erfgenamen beneficiair is aanvaard. Het gevolg van beneficiaire aanvaarding door (ten minste) één van de erfgenamen is dat de nalatenschap moet worden vereffend. Vereffenen houdt kort samengevat in dat de erfenis financieel wordt afgerond. Dat wil zeggen dat de vereffenaars de bezittingen en schulden vaststellen, het vermogen beheren, de schuldeisers betalen en het restant afgeven aan de erfgenamen ter verdeling.
Op grond van de wet zijn alle erfgenamen vereffenaar (art. 4:195 lid 1 BW). De erfgenamen oefenen hun bevoegdheden als vereffenaars – behoudens ten aanzien van daden van gewoon onderhoud en tot behoud van goederen, en daden die geen uitstel kunnen lijden – tezamen uit, tenzij de kantonrechter anders bepaalt (art. 4:198 BW). Daarnaast voorziet art. 4:203 BW in de mogelijkheid dat de rechtbank een vereffenaar benoemt; deze treedt dan als vereffenaar in de plaats van de erfgenamen. Dat gebeurt vaak als de erfgenamen er onderling niet uitkomen.
Volgens de Hoge Raad biedt de wet noch de wetsgeschiedenis een aanknopingspunt voor de opvatting dat ingeval van onenigheid tussen de vereffenaars alleen de weg van art. 4:203 BW openstaat. In zo’n geval kan de kantonrechter ook op de voet van art. 4:198 BW de werkzaamheden en bevoegdheden van de vereffenaars anders verdelen.
Recent heeft de kantonrechter Rotterdam een uitspraak gedaan over verdeling van bevoegdheden, terwijl geen sprake was van onenigheid tussen de vereffenaars. In de casus waren er twee bekende erfgenamen, maar wilde de notaris geen verklaring van erfrecht afgeven, omdat de overledene ‘op vruchtbare leeftijd’ ingeschreven heeft gestaan in Japan en Maleisië, zodat er een kans bestaat dat de overledene daar afstammelingen heeft verwekt. De notaris wil pas een verklaring van erfrecht afgeven als het erfgenamenonderzoek is afgerond. Vervolgens heeft één van de erfgenamen de rechter verzocht om de wettelijke bevoegdheidsverdeling uit artikel 4:198 BW te wijzigen, zodat hij over tegoeden van de nalatenschap kan beschikken om het erfgenamenonderzoek te bekostigen. De andere erfgenaam liet weten met dit verzoek in te stemmen, waarna de rechter het verzoek toewees. Dit is een praktische oplossing die toe te juichen is. De vraag is of een dergelijk verzoek ook soelaas biedt als de nalatenschap niet beneficiair is aanvaard. Ook in dergelijke situaties komt het geregeld voor dat een notaris geen verklaring van erfrecht wenst af te geven. De tijd zal het leren.